Categorie archief: parabel

mistige-2Bweg

Memory lane in de mist


Voorzichtig rijd ik in het donker over de mistige weg. Ik lijk de enige levende ziel te zijn die op dit moment buiten is. Zowel achter me als opzij van me is het donker, 20 meter voor me houdt het licht van mijn koplampen op te bestaan en daarmee ook de wereld. In de kleine lichtkoepel van mijn koplampen reis ik langs deze weg vol herinneringen.
Boven me zie ik de takken van de bomen voorbijgaan. Ze lijken symbool te staan voor de flash-backs die door mijn hoofd spoken. Elke boom een herinnering langs de weg die ik ga. De takken grijpen ver vooruit, zoals de gevolgen van gebeurtenissen soms nog lange tijd door kunnen werken. Er doemt een nieuwe boom op, een nieuwe herinnering aan vervlogen tijden. Zijn takken wijd verspreid. Ik rijd er langs en denk aan vroeger.., aan jou… Een herinnering die verdwijnt in de mistige duisternis achter me. En ik weet; morgen.., ja, morgen sta jij er weer.

Deze trein is mijn leven

Deze trein is mijn leven, hij dendert voort over de twee ijzeren sporen die in de verte bij elkaar komen. Maar als we er zijn, liggen ze nog even ver van elkaar verwijderd als eerst. Deze trein is mijn leven, steeds sneller raast hij voort naar de horizon, maar als we er zijn, is de einder nog even ver weg als eerst.
In de coupe anonieme mensen, schimmige zielen die doen alsof de anderen niet bestaan. Ze kijken me niet aan, maar staren zonder te zien uit het raam. Terwijl buiten het landschap voorbij trekt, vormen de regendruppels stroompjes die langs het raam gedreven worden. We zitten, we zwijgen en blijven anoniem. Deze trein is mijn leven… Slapend, sluimerend, dromend raas ik aan alles voorbij.

De gelijkenis van een belangrijk man uit de financiële wereld

Er was eens een belangrijk man uit het bankwezen die erg veel geld kwijt raakte in een financiële crisis. Door de koning werd hij ter verantwoording geroepen en het bleek dat hij een enorme schuld opgebouwd had die hij nooit niet meer afgelost zou krijgen. Al had hij duizend levens waarin hij geld als water zou verdienen. De koning echter, was hem genadig en nam de schulden op zich. De financiële man mocht vrij heen gaan!
Hij was erg onder de indruk van wat er gebeurd was en nam zich voor goed op te passen en niet weer zoveel geld te verliezen. De koning zou hem ten tweede male vast niet zo genadig zijn als hij nu was geweest. Met een schone lei ging hij aan het werk, hij leende geld uit tegen een redelijke rente maar alleen aan hen waarvan hij wist dat hij zijn inleg plus rente terug zou krijgen.
Er waren echter ook mensen die in het verleden bij hem geld geleend hadden die nu vanwege de crisis hun aflossing niet meer konden betalen. Zij konden van hem geen overbruggingslening of uitstel van betaling meer krijgen. Hierdoor moesten werkgevers hun personeel ontslaan, konden mensen hun vaste lasten niet meer betalen, volgden faillissementen en nog veel meer ellende.
Hierdoor moesten kinderen ’s morgens zonder eten naar school en ’s avonds zonder eten naar bed. Moeders verhuurden hun lichamen en vaders ontplooiden illegale activiteiten om zo toch aan een beetje geld te komen.
De dienaren van de koning zagen hoe de financiële man jaarlijks grote bonussen incasseerde ter waarde van vele jaarsalarissen. Hij paste immers goed op?!

Na vele jaren kreeg dit verhaal een vervolg toen de man stierf…

en nu….
het orginele verhaal!

Mattheüs 18:21 t/m 35.
21 Daarop kwam Petrus bij hem staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?’ 22 Jezus antwoordde: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg ik je, maar tot zeventig maal zeven. 23 Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die rekenschap wilde vragen van zijn dienaren. 24 Toen hij daarmee begonnen was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was. 25 Omdat hij niets kon terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld kon worden ingelost. 26 Toen wierp de dienaar zich aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen.” 27 Zijn heer kreeg medelijden, hij liet hem vrij en schold hem de geleende som kwijt. 28 Toen deze dienaar naar buiten ging, trof hij daar een van de andere dienaren, die hem honderd denarie schuldig was. Hij nam hem in een wurggreep en beet hem toe: “Betaal me alles wat je me schuldig bent!” 29 Toen wierp deze zich voor hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal je betalen.” 30 Maar hij wilde daar niet van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele schuld zou hebben afbetaald. 31 Toen de andere dienaren begrepen wat er gebeurd was, waren ze zeer ontdaan, en gingen ze naar hun heer om hem alles te vertellen. 32 Daarop liet zijn heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte. 33 Dan had jij toch zeker ook medelijden moeten hebben met die andere dienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?” 34 En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald. 35 Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.’

Het kasteel van mijn vader 6

De nachten dat ik bij de kluizenaar in de hut sliep heb ik niet gedroomd, althans ik kan het me niet herinneren. Maar hier onder de dadelpalmen onder de open hemel droom ik weer. Dromen over vroeger, over thuis, over het Kasteel Van Mijn Vader.
Ik zie mezelf als kind spelend op de binnenplaats, maar er zijn boeven die vanaf de muur stenen naar me gooien. Mijn vader jaagt ze weg, hij is mijn held, maar…
Echt contact met hem heb ik maar heel weinig. Aan tafel met het avondeten is mijn vader er altijd wel. Hij discussieert dan met mijn oudere broers, steekt monologen af en vertelt verhalen over hoe het in zijn koninkrijk zal worden. Hij regeert zijn koninkrijk en daar is hij heel druk mee, zelfs onder het eten.
Het kasteel stond in het begin nog op de grond, maar naarmate de jaren voorbij gaan komt het los, eerst een klein stukje, maar langzaamaan zweeft het steeds hoger.
In de droom zie ik mezelf ouder worden en mezelf steeds meer vervreemden van mijn vader of mijn vader vervreemden van de rest. Vader probeert zijn koninkrijk te bouwen, maar het lukt hem niet. Mijn twee oudste broers zien af van troonopvolging en de twee jongste – waaronder ik – zijn er niet geschikt voor. Mijn vader is heer en meester, koning van zijn koninkrijk tot ook hij beseft dat zijn kasteel nog enkel uit lucht bestaat. Het is eenzaam aan de top, eenzaam en koud. Wanneer hij beseft dat zijn koninkrijk nog slechts een droom is, breekt zijn hart. Hij tuimelt uit zijn kasteel naar beneden. De landing is hard.

De volgende ochtend is de droom na het ontwaken nog lange tijd helder in mijn gedachten. Ik moet er steeds aan denken hoe mijn vader grote dromen had maar dat ze in teleurstellingen zijn vervaagd. Een depressieve lusteloze man was alles wat er van hem over bleef en toen kwam het einde. Geen pensioen, geen goede oude dag. Vadertje tijd sneed zijn zilveren levenskoord door. Hij die zo’n liefde had voor uurwerken, klokken en horloges kon de tijd niet stoppen

Een mens gaat naar zijn eeuwig huis,
een klaagzang vult de straat.
6 Voordat het zilverkoord wordt weggenomen,
de gouden lamp gebroken,
de waterkruik in stukken valt,
het scheprad bij de put wordt stukgebroken.
7 Wanneer het stof terugkeert naar de aarde,
weer wordt zoals het was,
wanneer de adem van het leven weer naar God gaat,
die het leven heeft gegeven.

(Prediker 12:5 t/m 7 Nieuwe bijbelvertaling.)

De woorden uit dit wijze boek blijven me lange tijd bij, soms ben ik ze even kwijt, maar dan komen ze toch weer in gedachten. Ook mijn zilveren koord zal eens losschieten, ook mijn lamp zal breken, mijn hart stoppen met pompen en het stoffelijke tot stof weerkeren en mijn levensadem tot God.

Verdrinken in Diep Water 2

Na mijn val lig ik in Diep Water. Aan de ene kant rijzen de rotsen meer dan 20 meter stijl omhoog. Zowel links als rechts van de rotsen is er niets anders te zien dan water, onder een wolkeloze hemel. Er is maar één manier om uit diep water te komen en dat is zwemmend de oever zien te halen die tegenover het Leugengebergte ligt.
Mijn krachten verdelend zwem ik rustig maar gestaag richting de oever. De bagage hindert me voortdurend tijdens het zwemmen, maar achterlaten is geen optie. Eenmaal op de oever is alles nodig om te kunnen overleven, zowel de veldflessen als de opgerolde deken, de vuurslag, de dolk, en alle andere spullen. Om wat vrijer te kunnen zwemmen trek ik alle kleren uit en stop die in de rugzak, hang de rugzak weer op mijn rug en zwem weer verder. De uren gaan voorbij, maar de oever lijkt maar niet dichter bij te komen. Langzaam zakt de zon achter de bergen weg, de schaduwen worden langer en dan valt na een korte schemering de duisternis in. Ik weet niet hoe het verder moet, finaal uitgeput, maar geen mogelijkheid om te rusten. De rugzak duwt me naar beneden, ik moet doorzwemmen! Gelukkig staat de maan halfwas aan de nachtelijke hemel en zijn in het schaarse licht de bergen achter me te onderscheiden. Zo kan ik toch mijn richting bepalen en de goede kant op zwemmen.
Het haalt echter niet veel uit. Halverwege de nacht ben ik zo uitgeput dat het steeds meer moeite kost om mijn hoofd boven water te houden. Regelmatig krijg ik water binnen, waardoor ik nog meer verzwak. Ik kan niet meer, het is voorbij. Langzaam glijd ik weg in de diepte. Het water sluit zich boven me. De waterplanten strengelen zich om mijn armen en benen en lijken me vast te willen houden op de bodem. Ik vecht en worstel in wilde paniek, maar het ontbreekt me aan kracht. Toch wil ik leven, ik zal leven! De dood zal niet zegevieren. De rugzak doe ik af en zet me af van de bodem. Mijn longen lijken te exploderen ze hebben verse lucht nodig. Met mijn laatste kracht weet ik de oppervlakte te halen. Verse koele lucht stroomt mijn longen binnen terwijl ik op mijn rug drijf en vrij kan ademen en weer een beetje op bij kan komen.
Plotseling bonkt er iets tegen mijn hoofd, het blijkt een grote boomstam te zijn. De hoop die ik hieruit put geeft me kracht om opnieuw naar de bodem te gaan en de rugzak op te halen. Bij de tweede poging komt de rugzak mee naar boven. Ik hijs me op de stam en hang daarna met mijn laatste krachten de rugzak aan een omhoog staande stomp. Dan klamp ik me vast aan de boomstam en val uitgeput in slaap. Drie weken later spoel ik aan op de oever van diep water. 17 kilo lichter geworden, maar nog steeds in leven. De laatste dagen op de boomstam ben ik me steeds meer zorgen gaan maken om de draak die elke avond hoog in de lucht over vliegt.

De Leugenspiegel 1.

Toen ik van grote afstand op de hinde schoot was de kans klein dat ik haar daadwerkelijk zou treffen. Overtuigd van mijn eigen kunnen, overschatte ik de situatie. Het schot blijkt inderdaad mis te zijn, maar ik geef niet op. Ik volg de hinde het Reuzengebergte in dat in de landen Bedrog en Manipulatie ligt. Geen prettige omgeving om in te verblijven.

De achtervolging duurt al vele weken en ik loop steeds verder op haar in. Op een dag zie ik haar een grot in gaan en volg op korte afstand. In de grot is het donker en moeten mijn ogen eerst even wennen aan het duister. Na even gewacht te hebben zie ik haar voor me dieper de grot in gaan en volg haar. Al spoedig verbreed de grot zich in een grote ruimte. Het dak is hoog en heeft enkele spleten waardoor daglicht in bundels naar binnen valt. Midden in de zaal komen de lichtbundels samen op de grond en op die plaats staat een zwarte lijst.
De hinde loopt naar de lijst en stapt er doorheen, maar aan de andere kant komt ze er niet meer uit! Wanneer haar achterpoten ook de lijst zijn binnengestapt klinkt plotseling het geluid van brekend glas. Ik ren naar de lijst en wil er ook in stappen, maar de toegang is versperd. In de zwarte lijst is een gebroken spiegel. Vanuit het midden lopen tientallen barsten alle kanten op. Hoewel de spiegel stuk is , is de toegang versperd. Hoe hard ik ook schop en sla er is geen beweging in te krijgen.
De spiegel bestaat uit tientallen scherven die toch één geheel vormen. Iedere scherf weerspiegelt een ander stukje van mij, maar het beeld is wazig door de leeftijd van de spiegel en het stof op het glas, al lijkt dat meer aan de binnenkant dan op de buitenkant te zitten. Ik probeer de spiegel schoon te poetsen, en snijd daarbij mijn vingers aan de scherven. Het bloed op de spiegel maakt het beeld nog waziger.
Wanneer ik door de spiegel probeer te kijken, lukt dat niet en zie alleen verschillend facetten van mezelf. Aan de ene kant heel herkenbaar, aan de andere kant ook niet. Alsof er iemand anders afgebeeld wordt. De beelden verwarren me. Ze worden steeds slechter, donkerder, gruwelijker. Tientallen beelden komen mijn hersenen binnen en verminken mijn zelfbeeld. Ze vergiftigen mijn voelen, mijn zijn, mijn denken en handelen.
Dan klinkt haar stem. De spiegel spreekt! Ze klinkt gemeen en bralt halve waarheden en hele leugens. Haar stem geeft uiting aan de haat die in haar is. Totaal uit het veld geslagen blijf ik besluitloos staan en denk; dit kan niet, dit is niet waar, het is een nachtmerrie! De met haat gevulde stem wordt steeds hysterischer terwijl de beelden blijven komen… Het besef in mij groeit dat ik hier aan kapot ga, er moet iets gebeuren. Van de grond raap ik een steen op en gooi die zo hard ik kan tegen de spiegel. Een bliksemflits schiet uit de spiegel en verblind me. Een tijdje lig ik op de grond. Het is stil, geen gegil, geen beschuldigingen, geen hatelijke geluiden meer. Wanneer ik me opricht en naar de spiegel kijk, valt niet te zien waar de steen de spiegel geraakt heeft. Ze ziet er nog net zo uit als daarvoor.
Vertwijfeld sta ik op, raap mijn spullen bij elkaar en loop verslagen naar de uitgang. Buiten de grot gekomen loop ik het smalle pad af richting Diep Water. Eerst sjokkend, maar al spoedig steeds sneller steeds vlugger naar beneden. Het pad maakt een bocht naar links, maar vlak voor de bocht struikel ik over een losse kei. Ik probeer nog overeind te blijven maar het is te laat. De snelheid is te groot en ik stort over de rand richting Diep Water, enkele tientallen meters beneden me.
De landing is hard, het water lijkt wel beton. Het water rondom me is wit van de kleine luchtbelletjes die langzaam omhoog stijgen. Snel sla ik mijn armen uit en zwem naar boven.
Even laat ik me drijven om tot rust te komen, dan begin ik te watertrappelen en draai een paar keer rond in het water, zodat ik de omgeving goed kan opnemen. Het meer is langwerpig, zowel links als rechts van de bergen is geen oever te zien. De berg waar ik van afgestort ben rijst zeker 20 meter loodrecht uit het water. Recht tegenover de bergen is wel land te ontdekken al is het ver weg. Er is niemand te zien die me helpen kan dus zit er niets anders op dan een flink eind te zwemmen. Langzaam begin ik te zwemmen, de spullen die ik bij me heb hinderen me enorm, maar achter laten is geen optie. Straks aan de overkant zijn ze hard nodig; mijn kleren, mes, veldflessen, ehbo spullen, deken, vuurslag en tondeldoos, etc. Nee ze moeten mee!

Daar lig ik dan in Diep Water, niet beseffend dat het nog heel lang zal duren voordat ik weer vaste grond onder mijn voeten zal hebben…